Voortingplantsoen

Mathieu Steijn heeft een Veni-onderzoeksbeurs ontvangen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Met deze beurs gaat hij onderzoeken hoe ontmoetingsplekken in de buurt – zoals sportverenigingen, buurthuizen en bibliotheken – bijdragen aan de kansen van kinderen uit minder kansrijke gezinnen.

De kansenongelijkheid in Nederland neemt toe. Of kinderen later sociaal kunnen stijgen, hangt in belangrijke mate samen met de sociale relaties die zij opbouwen. Tot nu toe richten onderzoek en beleid zich vooral op de samenstelling van buurten: wie woont waar? Volgens Steijn is dat slechts een deel van het verhaal. Sociale relaties ontstaan niet doordat mensen naast elkaar wonen, maar doordat zij elkaar ontmoeten. Daarom richt zijn onderzoek zich op de sociale infrastructuur van buurten: de plekken waar mensen met verschillende achtergronden samenkomen.

Steijn brengt in kaart welke ontmoetingsplekken mensen uit verschillende sociaaleconomische groepen met elkaar verbinden. Op basis daarvan onderzoekt hij hoe deze plekken de sociale mobiliteit van eerdere generaties hebben beïnvloed. De inzichten gaan bijdragen aan beter beleid dat de kansen van toekomstige generaties vergroot.

“Deze beurs komt op een belangrijk moment,” zegt Steijn. “De kansenongelijkheid groeit en we weten inmiddels dat de buurt waarin iemand opgroeit veel invloed heeft op latere kansen. Tegelijkertijd weten we nog onvoldoende welke factoren binnen buurten daarbij doorslaggevend zijn. Met dit onderzoek willen we daar meer inzicht in krijgen, zodat beleid gerichter en effectiever kan worden ingezet.”

Over de Veni-beurs

De Veni-beurs is een persoonsgebonden onderzoeksbeurs van NWO voor recent gepromoveerde onderzoekers met een uitstekend onderzoeksvoorstel. De beurs bedraagt maximaal 320.000 euro en biedt drie jaar de ruimte om een eigen onderzoekslijn verder te ontwikkelen. Daarmee stimuleert NWO vernieuwend en nieuwsgierigheidsgedreven wetenschappelijk onderzoek.