Leugens, verdomde leugens en handelsstatistieken: Wederuitvoer

Een toenemend deel van de internationale handel bestaat uit wederuitvoer. In Nederland bijvoorbeeld maakte de wederuitvoer in 2015 54 procent uit van de totale goederenexport. Wederuitvoer betreft producten die worden geïmporteerd en geëxporteerd door een derde, of intermediair, land. Activiteiten in het intermediaire land kunnen onder meer bestaan uit het opnieuw verpakken of toevoegen van gebruikershandleidingen in de taal van het land van bestemming, of handelsbemiddeling. De goederen zijn tijdelijk eigendom van een ingezetene van het intermediaire land, maar worden uitgevoerd zonder enige significante industriële bewerking. Het wederuitvoerende land produceert de goederen feitelijk niet zelf.

Wederuitvoer speelt een relatief belangrijke rol in internationale handel in kantoormachines en computers. Belangrijke wederuitvoerlanden zijn Nederland, gevolgd door Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Dit patroon kan worden verklaard door de aanwezigheid van (zee)havens en de daaraan verbonden transport- en logistieke infrastructuur en/of een algemene open houding ten aanzien van handel in deze landen.

Wederuitvoer vormt een probleem voor handelsstatistieken, aangezien (een deel van) de handel niet wordt toegeschreven aan de juiste oorsprong of eindbestemming. In Lankhuizen en Thissen (2019) leiden we voor een groot aantal landen en op een gedetailleerd productniveau, bilaterale handelsstromen gecorrigeerd voor wederuitvoer af. Onze methode bestaat erin de meest waarschijnlijke oorsprong en bestemming van de wederuitvoer te schatten. Vervolgens wordt de handel van oorsprong A naar het wederuitvoerende land B en de handel van het wederuitvoerende land B naar de eindbestemming C gewijzigd in handel van A naar C (zie onderstaande figuur). We maken gebruik van niet-lineaire optimalisatie onder nevenvoorwaarden. Dit betekent dat de resulterende gegevens zo goed mogelijk moeten voldoen aan een aantal definities, gegeven een aantal beperkingen of voorwaarden. Het vernieuwende is dat we handelsstromen in het internationale handelssysteem als geheel corrigeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

a. Bilaterale handel inclusief wederuitvoer                           b. Correctie voor wederuitvoer

 

Onze resultaten illustreren het belang van rekening houden met wederuitvoer. Het niet toewijzen van handel aan de correcte oorsprong en bestemming leidt tot een vertekening van schattingen met het graviteitsmodel, omdat de gegevens deels de kenmerken van de wederuitvoerende landen weerspiegelen. We stellen onder meer vast dat de effecten van geografische afstand, culturele afstand en nabijheid worden onderschat. Ook laten we de implicaties van wederuitvoer zien aan de hand van twee actuele ontwikkelingen op het gebied van internationaal handelsbeleid, te weten de onderhandelingen tussen de VS, Canada en Mexico over een nieuw handelsverdrag en Brexit. De Amerikaanse regering ziet handelstekorten als het gevolg van oneerlijke handelspraktijken. Het handelsbeleid van de regering is er dan ook vooral op gericht deze te verminderen. De VS hebben zich teruggetrokken uit het Trans-Pacific Partnership (TPP), tarieven op miljarden aan Chinese importen doorgezet en de toepassing van staal- en aluminiumtarieven uitgebreid tot Canada, Mexico en de Europese Unie. De regering heeft ook opnieuw onderhandeld over NAFTA (de vrijhandelsovereenkomst tussen de VS, Canada en Mexico). De nieuwe overeenkomst heet nu het United States-Mexico-Canada Agreement, of USMCA.

Onze resultaten suggereren dat het handelsbeleid van de VS gebaseerd kan zijn op verkeerde voorveronderstellingen. Wat NAFTA/USMCA betreft tonen onze resultaten aan dat de VS een handelsoverschot heeft met Canada en dat het handelstekort met Mexico met minstens de helft afneemt, als bilaterale handel op de juiste wijze wordt berekend. Samen hebben de VS een groot handelsoverschot met hun partnerlanden in NAFTA/USMCA. We laten ook zien dat Brexit extra verliezen voor de Britse economie kan veroorzaken waarmee in bestaande studies geen rekening is gehouden. De Britse wederuitvoer bedraagt gemiddeld meer dan 15 miljard dollar tussen 2000 en 2010 (ongeveer 5 procent van de totale Britse uitvoer). Een ‘back-of-the-envelop’ raming van de potentiële directe kosten van Brexit bedraagt 539 miljoen dollar. Sectoren die waarschijnlijk worden getroffen zijn onder meer de groothandel, het wegvervoer, opslag en transport, maar ook bedrijfsondersteunende diensten gelieerd aan groothandel, zoals administratie, computerdiensten, distributie en reclame. Brexit kan ook een belemmering vormen voor de Britse uitvoer naar bijvoorbeeld de VS en China, aangezien een deel van de stromen via de EU wordt heruitgevoerd.


Maureen Lankhuizen

Juni 2019


Bron:

Lankhuizen, M. B. M., & Thissen, M. (te verschijnen). The implications of re-exports for gravity equation estimation, NAFTA and Brexit. Spatial Economic Analysis.

 

 

Recente blogs