Steeds meer ontwikkelingslanden beperken de export van niet-hernieuwbare grondstoffen. Ze doen dit om meer verwerking in eigen land te stimuleren, meer waarde uit hun grondstoffen te halen en de lokale economie te versterken. Maarten Bosker, Else-Marie van den Herik, Paul Pelzl en Steven Poelhekke onderzochten wat er in Indonesië gebeurde nadat het land in 2014 besloot om (vrijwillig) te stoppen met de export van onbewerkt nikkel en bauxiet – grondstoffen die tot dan toe belangrijk waren voor de exportinkomsten.
De onderzoekers maken gebruik van verschillen in de timing van het exportverbod, de opening van nieuwe verwerkingsfabrieken en de ligging van de mijnen in Indonesië. Daaruit blijkt dat – na een korte terugval – grote investeringen in nikkelverwerking zorgden voor meer werkgelegenheid in gebieden waar nikkel wordt gewonnen. De nieuwe smelters veranderden de lokale economie: het aantal banen in de landbouw nam af, het aantal banen in de mijnbouw en industrie nam juist toe.
Voor bauxiet pakte het heel anders uit. Het exportverbod leidde nauwelijks tot nieuwe investeringen in bauxietverwerking. Daardoor daalde de bauxietproductie en gingen er banen verloren.
Het onderzoek laat daarnaast ook dat de groei van de nikkelverwerking leidde tot meer werk in de steenkooldistricten van Indonesië. Deze gebieden leveren namelijk de belangrijkste energiebron voor het verwerken van nikkel.
Volledige artikel:
Bosker, M., E. van den Herik, P. Pelzl en S. Poelhekke (2025). The (Un)intended Consequences of Export Restrictions: Evidence from Indonesia. CEPR Discussion Paper DP20791.
Over het onderzoek is ook een VOX EU column geschreven