Betere isolatie en ventilatie in sociale huurwoningen zorgen ervoor dat vier procent minder kinderen medicijnen tegen astma of allergieën nodig hebben. Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek onder twee miljoen mensen die tien jaar lang gevolgd werden door de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Het onderzoek is gepubliceerd in The Lancet Public Health. Het is de eerste studie die de gezondheidswinsten van woningverduurzaming op zo’n grote schaal causaal aantoont.
Onderzoekers Vincent Roberdel, Ioulia Ossokina, Theo Arentze (allen TU/e) en Jos van Ommeren (VU) analyseerden een grootschalig renovatieprogramma van Nederlandse sociale huurwoningen tussen 2012 en 2021. Deze renovaties, waaronder betere isolatie en ventilatie, vonden gefaseerd plaats. Daardoor was er een betrouwbare vergelijking mogelijk tussen gezinnen in gerenoveerde en niet-gerenoveerde woningen.
Betere luchtkwaliteit
De verbeterde luchtkwaliteit in opgeknapte woningen leidde direct na de renovatie tot vier procent minder kinderen met astmamedicatie, oplopend tot zeven procent na vijf jaar. Vooral vermindering van vocht, schimmel en huisstofmijt speelt hierbij een rol. In Nederland heeft 1 op de 10 kinderen last van astma. De maatschappelijke opbrengsten zijn groot, duizenden kinderen zijn gezonder geworden. Een betere gezondheid in de eerste levensjaren vermindert de kans op latere medische en sociale problemen.
“Huisvesting speelt een cruciale rol in onze gezondheid,” zegt universitair hoofddocent Ioulia Ossokina (TU/e), onderzoeksleidster en verbonden aan de faculteit Built Environment. “Beleidsmakers moeten gezondheidseffecten nadrukkelijk meenemen bij beslissingen over energie- en woningmarktbeleid”, stelt Ossokina.
Behalve op luchtwegklachten, vond de studie geen effect van de verduurzaming op andere aandoeningen. Dit was in lijn met de verwachtingen, gezien het milde en vochtige klimaat en de redelijk goede woningverwarming in Nederland.
Individuele gegevens van twee miljoen mensen
Binnen de beveiligde omgeving van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werd een grote, geanonimiseerde database opgebouwd. Renovatiegegevens van woningen werden gekoppeld aan medicatie-informatie van bewoners. Promovendus Vincent Roberdel (TU/e, Built Environment): “Zonder miljoenen individuele gekoppelde data hadden we de impact niet nauwkeurig kunnen vaststellen. Goede data zijn essentieel voor effectieve beleidsbeoordeling.” Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door steun van NWO, RVO en de Villum Fonden.
Vervolgonderzoek
Jos van Ommeren over het vervolgonderzoek: “Een belangrijke vervolgvraag is waar het geld in geïnvesteerd moet worden: opknappen van oude sociale huurwoningen, of het bouwen van nieuwe woningen?” Ook werken de onderzoekers aan een vervolgtraject over de effecten van woningkwaliteit op de ontwikkeling van kinderen vóór de geboorte.
Het onderzoek maakt deel uit van het BEL-programma (Behaviour Energy Transition Low Income) (2020–2026). Binnen dit programma werken TU/e, VU, Erasmus Universiteit, Universiteit Leiden, woningcorporaties Woonbedrijf, Elan Wonen, Pre Wonen en Bazalt Wonen en ingenieursbureau Atriensis samen.